Visie op de zorg

Mijn visie over de zorg

Over welke vorm van zorg we het ook hebben, mensen die zorg nodig hebben zijn kwetsbaar. De omgeving waarin ze verblijven moet ze rust, veiligheid en geborgenheid bieden. Dit kan voor iedere groep hulpbehoevenden andere betekenis hebben. Zo heeft de ene groep extra prikkels nodig en de andere juist minder.

Er zijn een aantal punten van belang bij het ontwerpen van een gebouw. Bij het ontwerpen van een gebouw voor de zorg zijn deze punten nog veel belangrijker. Een gebouw dient bewust gebouwd te worden voor het welbevinden van de gebruikers: dat zijn de bewoners, bezoekers én medewerkers. Het is steeds duidelijker geworden dat het gebouw waarin men verblijft van invloed is op het lichamelijk, mentaal en sociaal welbevinden.

De wijze waarop het gebouw in elkaar zit bepaalt of je er kan doen wat je er zou moeten kunnen doen en of het gebouw veilig is. De situering van het gebouw in zijn omgeving heeft invloed op de indeling van het gebouw. Het is van belang voldoende ruimte te reserveren om alle gebruikersfuncties en sociale interactie te faciliteren. Zo ontstaat een veilig en toegankelijk gebouw.

Condities als licht, lucht en geluid zijn direct van invloed op de gezondheid. Daarom is hierover ook veel vastgelegd in het bouwbesluit.

Een gebouw waarbij de functies duidelijk zijn en routing goed toegepast is zal van positieve invloed zijn op de autonomie van de bewoners. Wanneer een gebouw goed ontworpen is zal deze bijdragen aan het comfort, de privacy en de identiteit van de bewoners. Zo kan het gebouw zorg dragen voor een waardevol bestaan, het kan een plek bieden waar bewoners trots op zijn. Op deze manier kan het gebouw van invloed zijn op het mentaal welbevinden van de gebruikers; bewoners, bezoekers en personeel.

De basis afwerkingen van een ruimte bepalen in grote mate de sfeer van de ruimte. Wanneer deze ruimte afgewerkt is met een linoleumvloer, een systeemplafond en witte wanden zal deze ruimte eerder institutioneel dan huiselijk voorkomen. Een ruimte kan bijdragen aan het mentaal welbevinden wanneer deze goed ontworpen is. Dan wordt het een ruimte waar mensen zich prettig en thuis voelen. Zo draagt deze plek bij aan een eervol en waardig bestaan.

Lichamelijk welbevinden

Het gebouw heeft met zijn fysieke eigenschappen direct invloed op het lichamelijk welbevinden van de gebruikers. Als deze eigenschappen niet in orde zijn is mentaal en sociaal welbevinden lastig te creëren. Om de optimale fysieke omgeving te realiseren zijn een aantal aandachtspunten van belang:

Toegankelijkheid
Het is niet alleen de manier van toetreden van het gebouw. Het heeft in grotere mate te maken met het feit of men in het gebouw kan doen wat zij er zouden moeten kunnen doen. Oftewel, dient het gebouw zijn doel?

Zelfredzaamheid
Het lijkt misschien puur een praktisch punt, het zelfstandig kunnen uitvoeren van de handelingen. Maar de zelfredzaamheid heeft zeker invloed op het mentaal welbevinden. Hoe minder iemand afhankelijk is van anderen hoe beter deze persoon zich voelt.

Functionaliteit voor dagelijkse activiteiten
Als aanvulling op de zelfredzaamheid is ook het kunnen uitvoeren van de dagelijkse levenshandelingen van groot belang in gebouwen voor wonen en zorg. Een gebouw moet de juiste ruimte bieden om (hulp bij) deze activiteiten goed te kunnen uitvoeren.

Gezondheid
Wanneer we praten over de condities van een gebouw hebben we het over licht, lucht, akoestiek, en het thermische klimaat. Deze condities hebben veel invloed op de fysieke gezondheid van de gebruikers. Er zijn ook andere aspecten van een gebouw die de gezondheid kunnen bevorderen. Bijvoorbeeld doordat ze het makkelijker maakt de hygiëne te handhaven. Over deze hygiëne is veel vast gelegd in wet- en regelgeving.

Mentaal welbevinden

Het gebouw heeft met zijn fysieke eigenschappen ook direct invloed op het mentaal welbevinden van de gebruikers. Is het een prettige omgeving of veroorzaakt het gebouw stress bij de gebruiker? Bij het ontwerpen van een gebouw voor de zorg is het extra wezenlijk om hier aandacht aan te besteden, omdat mensen in kwetsbare situaties sneller en sterker beïnvloed worden. Dus ook door de eigenschappen van de fysieke omgeving. Daarnaast is het zo dat veel bewoners van een woonzorglocatie het merendeel van de dag in de woning verblijven. Een omgeving die op de juiste manier in dienst van de bewoner staat kan veel invloed hebben op de kwaliteit van leven. Denk hierbij aan het faciliteren van; autonomie, zelfontplooiing, een waardig bestaan, comfort, privacy en identiteit. Mentaal en sociaal welbevinden hebben continu invloed op elkaar.

Sociaal welbevinden

Natuurlijk is er behoeft aan privacy, maar er is ook behoefte aan sociale interactie en participatie. Het gebouw kan sociaal contact en sociaal welbevinden faciliteren en stimuleren, maar het kan (onbedoeld) ook sociaal contact beperken. Is het bijvoorbeeld een gastvrij gebouw voor bezoekers én bewoners? Bied het de mogelijkheid om te ontmoeten? De meeste bewoners van een zorglocatie wonen alleen. Om eenzaamheid te voorkomen kan het gebouw een belangrijke schakel zijn, door het sociaal contact te faciliteren. Zoals ik al zei hebben mentaal en sociaal welbevinden continu invloed op elkaar. Wanneer iemand zich goed voelt, lekker in zijn vel zit, zal hij sneller geneigd zijn de sociale interactie op te zoeken en daarmee sociaal contact opbouwen. Het gebouw heeft invloed op het sociaal welbevinden van de gebruiker door de volgende aspecten te bieden: sociaal contact, participatie, gastvrijheid en groepsidentiteit.

Manieren om dit welbevinden te bereiken

Bereikbaarheid

Integrale toegankelijkheid betekent dat een gebouw of woning voor iedereen bereikbaar is. Dus ook voor rolstolgebruikers.

Veilige buitenruimte

De buitenruimte moet veilig zijn en een veilig gevoel geven, bijvoorbeeld door een duidelijke scheiding van verkeerstromen, overzichtelijke ruimtes en het vermijden van giftige beplanting. Maar vergeet ook het entree gebied niet. De entree, dat is niet alleen binnen maar ook buiten. Voor een veilig gevoel van dit entree gebied is het belangrijk dat de overgang tussen buiten en binnen geleidelijk gaat. Zodat men al iets van binnen kan zien voor men het gebouw betreed. Zo werkt het van binnen naar buiten natuurlijk ook.

Routing & oriëntatie

Het is gebleken dan het niet kunnen vinden van de weg een zeer belangrijke stressveroorzaker is. Men moet zich continu kunnen oriënteren. Dat betekend; weten waar je bent en hoe je op je bestemming komt. Niet in alle gebouwen is het makkelijk om duidelijke bewegwijzering  te maken. Zo wil je bij een woongebouw voor ouderen bijvoorbeeld een huiselijk sfeer creëren. Dan is het goed zoeken naar de juiste balans tussen functie en esthetica.

Herkenbaarheid

Het geeft mensen vertrouwen als ze bij het betreden van een ruimte direct herkennen wat de functie van de ruimte is. Materiaalgebruik kan hier aan bijdragen. Voor een aantal bewonersgroepen binnen de zorg, bijvoorbeeld voor dementerenden, is het extra belangrijk dat hun associaties kloppen. Dan kan het verschil in vloerbedekking tussen huiskamer en keuken al helpen bij het herkennen van de functie in die ruimte.

Sfeer en regionale herkenning

Het gebouw of de woongroepen in een gebouw kunnen zo vormgegeven worden dat kleur en materiaal van wanden, plafonds en vloeren aansluiten bij een culturele identiteit of leefstijl.

De sfeer kan bijvoorbeeld een vertaling van de streek zijn. Daarmee draagt het bij aan de groepsidentiteit van de samenlevende bewoners. Een sfeer maken waarin de personen zich herkennen door middel van het juiste materiaal-, kleurgebruik en meubilair.

Positionering van het gebouw en de functies daarbinnen (t.o.v. omgeving / zon)

De omgeving en de zon zijn van groot belang bij het ontwerpen van een gebouw (of deze nou nieuw is of verbouwd gaat worden). De omgeving van het gebouw is van grote invloed op de beleving van de ruimtes binnen. Welke uitzichten ontstaan er vanuit welke gebieden/ruimtes. Hoe valt het zon/daglicht binnen gedurende de dag? Daglicht beïnvloed namelijk ons bioritme.

Verder vraagt elk gebruik om ander daglicht inval. Zo is het voor werken en kunstschilderen  bijvoorbeeld veel prettiger om diffuus licht uit het noorden binnen te laten vallen. Terwijl iemand die ontspannen van het uitzicht zit te genieten graag direct zonlicht voelt. Dit kan dus automatisch een grove indeling van de verschillende functies binnen het gebouw betekenen.

Uitzicht (groen, water, beweging)

Het uitzicht is niet alleen mooi of lelijk. Het heeft ook een positief effect op de oriëntatie. Het verbind mensen met de buitenwereld en daarmee met de realiteit. Het bied prikkels en afleiding. Maar niet elke groep mensen heeft behoefte aan dezelfde hoeveelheid prikkels. Het kan ook teveel zijn. Het is daarom altijd erg belangrijk om te weten voor wie je ontwerpt.

Toegang tot buitenomgeving

Dat de natuur helpt herstellen en ontspannen is al een tijd bekend. Maar uitzicht op een bos is nog niet voldoende. Als het enigszins mogelijk is probeer dan bij of in het gebouw buitenruimte voor natuur te reserveren. Want het is niet alleen het zien van de natuur, maar ook het ruiken van de natuur en de buitenlucht.

Flexibiliteit

Wat is het beoogde doel van het gebouw en hoe kan er in de toekomst makkelijk een andere functie aan gegeven worden? Is het gebouw toekomstbestendig genoeg? Vooruit kijken is dus erg belangrijk. Zo zorg je voor een duurzaam en tijdloos gebouw.

Ruimte voor het gevraagde/beoogde gebruik

Het is belangrijk te weten waar het gebouw voor gebruikt gaat worden. Wanneer je helder hebt welke functies er een plek moeten krijgen kun je kijken hoe die met elkaar in relatie staan. Welke functies bij welke functies? Dan moet er vervolgens nagedacht worden over het gebruik binnen elke ruimte/ gebied. Waar wordt het voor gebuikt en wat heb ik dan allemaal nodig?  

Variatie: rust en dynamiek

Tijdens de dag heeft men behoefte aan verschillende soorten omgevingen. Het ene moment kijken we uit naar een bruisende omgeving met veel prikkels en het andere moment willen we even tijd voor onszelf.

Keuze verblijfsplekken

Het zou goed zijn om zeker in een zorggebouw deze verschillende plekken te bieden. Het mooist is wanneer iedereen de plek kan vinden waar hij of zij op dat moment behoefte aan heeft. Zodat men niet gebonden is aan anderen.

Privéruimte/privacy

Iedereen heeft een ander thuis, een ander interieur waar de identiteit van die persoon in vertaalt is. Wanneer men de mogelijkheid heeft om de eigen identiteit te uiten draagt dat bij aan de autonomie van die persoon. Deze persoon zal zich hierdoor meer thuis voelen en het geeft het gevoel dat hij/zij er mag zijn. Dat hij/zij als persoon meetelt, ook wel meedoet. Dit is van invloed op de zelfstandigheid en zelfverzekerdheid van de persoon. Ruimte bieden voor die persoonlijke identiteit kan op verschillende manieren. Het is het mooist wanneer iemand een eigen kamer heeft bijvoorbeeld. Want dan is ook de privacy het best gewaarborgd.

Ruimte om toeschouwer te zijn

Het is wenselijk om gradaties in de sociale interactie en privacy te maken. Het is daarom van belang de keuze te bieden om toeschouwer te kunnen zijn. Men wil namelijk niet altijd actief meedoen maar soms wil iemand gewoon graag de boel aanschouwen.